Doelstelling

De doelstellingen van gebiedsontwikkeling Buggenum - Neer en Kessel zijn:

1. Waterstandsdaling genereren ten behoeve van lokale hoogwaterbescherming.

2. Toeristische en recreatieve ontwikkelingen in Neer en Buggenum mogelijk maken.

3. Natuurontwikkeling.

4. Het aanpassen van het havenfront Hanssum.

5. Continueren van de productie van bouwgrondstoffen.

6. Maatschappelijke meerwaarde.


Om deze doelstellingen te realiseren nemen we de volgende maatregelen:

1. Hoogwaterproblematiek

De Gebiedsontwikkeling Buggenum – Neer - Kessel moet een definitieve oplossing bieden voor de hoogwaterproblematiek. In 1993 en 1995 werd Limburg opgeschrikt door twee grote overstromingen van de Maas. Dergelijke hoge waterstanden waren sinds 1926 niet meer voorgekomen en de economische schade was dan ook enorm. Ter voorkoming van acute problemen en vooruitlopend op integrale beschermingsprogramma’s werden in 1996 tijdelijke maatregelen genomen die de veiligheid van het gebied op korte termijn moesten verbeteren op diverse plekken werden nooddijken aangelegd.

Het gebied tussen de spoorbrug van Roermond en Baarlo is een smal winterbed met hoge oevers van de Maas.  Het gebied tussen Roermond en Neer kent een klein peilverschil van de Maas waardoor er in dit gebied weinig daling tijdens hoogwater gerealiseerd kan worden. In het gebied ten noorden hiervan, Kessel, is met relatief weinig ingrepen veel meer daling van het maaspeil te behalen. Een herindeling van het bedrijventerrein te Kessel en de aanleg van een hoogwatergeul zorgen voor een ruime waterstandsdaling welke met name effect heeft op Buggenum en Neer-Hanssum en stroomopwaarts tot voorbij Roermond.

Tevens wordt er een dijk door Waterschap Peel en Maasvallei aangelegd te Buggenum om achterloopsheid via de oude Maasarm op te heffen

2. Toeristische en recreatieve ontwikkelingen.

De uitkoop van de intensieve veehouderij in het gebied maakt, door het wegvallen van de stankcirkel en afname van de stikstofdepositie in de natura 2000 gebieden, nieuwe toeristische en recreatieve ontwikkelingen mogelijk.

Het bestaande wandel- en fietsroutenetwerk zal worden aangepast en uitgebreid. In het gebied worden nieuwe horecamogelijkheden gecreëerd in samenwerking met horecaondernemers uit Neer-Buggenum.

3. Natuurontwikkeling.

Welke natuurtypen als gevolg van de ontgronding worden behouden en ontstaan is mede afhankelijk van het stuwpeil Maas, overstromingsfrequenties, bodem, (toekomstig) reliëf, grondwater- en kwelstroming. Ter plaatse van de westelijke hoogwatergeul komt het waterpeil te liggen op 15,75m. NAP. Het stuwpeil van de Maas ter hoogte van het plangebied ligt op 14,15m. NAP. Dat betekent dat vanuit het westen de grondwaterstroming richting Maas loopt en lokaal kwel kan optreden ter plaatse van taluds die zich bevinden dicht tegen de grondwaterstand aan. Ter plaatse van de westelijke hoogwatergeul zal de grondwaterinvloed domineren als gevolg van de aansnijding van het grondwater en dat gemiddeld ca. 10 dagen per jaar de geul onder invloed van de Maas komt te staan.

Ter plaatse van de taluds zal het moeras onder invloed van kwel komen te staan. Het bovenste deel van het talud zal gemiddeld op maximaal 17.00m. NAP komen te liggen op een zandige ondergrond met ontwikkelkansen voor glanshavergrasland. De overstromingsfrequentie hier bedraagt gemiddeld ca. 2 dagen per jaar.

Ten oosten en ten zuiden van de westelijke hoogwatergeul zal de invloed van de Maas groter zijn. Omdat dit gebied ligt op ca. 1m. boven het stuwpeil zal de gemiddelde overstromingsfrequentie door de Maas tussen de 10 en 45 dagen per jaar zijn. Ontwikkeling van natuurtypen van de lagere delen uiterwaardengebieden als wintergastenweide en overstromingsgrasland horen hier tot de mogelijkheden. De oostelijke hoogwatergeul krijgt een permanente verbinding met de Maas en de Maasinvloeden zullen hier groter zijn dan in de westelijke hoogwatergeul. Het langs deze geul ontstane moeras zal een ander karakter krijgen dan die van de westelijke geul.

4. Aanpassen van het havenfront Hanssum

Het havenfront Hanssum is aangepast, de werkzaamheden zijn afgerond in 2016.

Schetsen zijn gemaakt door WSV Hanssum.

6. Maatschappelijke meerwaarde

Op basis van de te verwachten effecten van de verschillende alternatieven en varianten zijn de plannen voor de integrale gebiedsontwikkeling vanuit het oogpunt van milieu en hoogwaterveiligheid geoptimaliseerd. Op basis hiervan is een voorkeursalternatief geformuleerd dat planologisch wordt vastgelegd in het bestemmingsplan. Het voorkeursalternatief omvat de volgende maatschappelijke meerwaarde:

1.      Hoogwaterstandsdaling middels de aanleg van een hoogwatergeul in project Wijnaerden en bij project Meeuwissenhof.

2.      Realisatie en behoud van natuur in project Wijnaerden, conform de provinciale doelstellingen.

3.      Het aankopen van de bestaande intensieve veehouderij aan het Zwaarveld 1 te Neer.

4.      Het slopen en saneren van de bestaande intensieve veehouderij aan het Zwaarveld 1 te Neer.

5.      De vorming van een fonds voor de verbetering van de recreatieve infrastructuur, toerisme en natuur.

6.      Het openstellen van de nevengeul tot aan Wienerte ten behoeve van de zeilsport.

7.      Verbeteren kwelsituatie in het plangebied.

8.      Behoeftevoorziening bouwgrondstoffen.

9.      Het in standhouden en verbeteren van de lokale werkgelegenheid.

10.    Het voorkeursalternatief zal verder uitgewerkt worden tot een gedetailleerd plan en zal aan het college van Burgemeester en Wethouders ter goedkeuring worden voorgelegd, uiterlijk 4 jaar na onherroepelijke ontgrondingsvergunning.